Marit, planner bij een zorgaanbieder, plakt een verwijsbrief in ChatGPT om er een nette samenvatting van te maken. Naam, geboortedatum en diagnose gaan mee. Handig, en in twee seconden gebeurd. Maar onder de AVG is dat een verwerking van bijzondere persoonsgegevens, buiten de eigen organisatie, zonder dat iemand het heeft beoordeeld.
De AVG is geschreven voordat iedereen een AI-assistent in de browser had. Maar dat verandert niets aan de regels: zet je persoonsgegevens in een AI-tool, dan is dat een verwerking en gelden alle AVG-verplichtingen. De vraag is dus niet of de AVG geldt, maar welke maatregelen je concreet moet nemen.
#Maatregel 1: grondslag en doelbinding
Elke verwerking van persoonsgegevens heeft een grondslag nodig, bijvoorbeeld een gerechtvaardigd belang, een overeenkomst of toestemming. De gegevens mogen bovendien alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor ze zijn verzameld. Een klantadres dat je voor facturatie hebt, mag je niet zomaar in een AI-tool zetten voor een ander doel. Begin bij de vraag: waarom staan deze gegevens in deze prompt, en mag dat?
#Maatregel 2: dataminimalisatie
Artikel 5 van de AVG vraagt om dataminimalisatie: niet meer gegevens verwerken dan nodig is voor het doel. Bij AI is dit de maatregel met het meeste effect, want het probleem zit meestal in de prompt zelf. Een supportantwoord laten herschrijven kan zonder echte naam, klantnummer of IBAN. Een beoordeling aanscherpen kan zonder salaris of medische context. Behoud de taak, laat de herleidbare gegevens weg. Zie ook wat je wel en niet met AI mag delen.
#Maatregel 3: de verwerkersrol regelen
Wie bepaalt waarom en hoe gegevens worden verwerkt, is verwerkingsverantwoordelijke. Een AI-leverancier die namens jou persoonsgegevens verwerkt, is een verwerker, en dan is een verwerkersovereenkomst (artikel 28 AVG) meestal verplicht. Daarin staat wat de leverancier wel en niet met de gegevens mag doen.
Let op het verschil tussen accounts. Veel gratis of persoonlijke AI-accounts werken onder een consumentenbeleid zonder verwerkersovereenkomst, en kunnen je invoer gebruiken voor modelverbetering. Voor zakelijk gebruik met persoonsgegevens heb je een beheerde zakelijke omgeving met een verwerkersovereenkomst nodig.
Dat onderscheid werkt alleen als je weet welke tools mensen daadwerkelijk gebruiken, niet alleen de tools waar IT een zakelijk account voor heeft aangeschaft. De meeste organisaties kunnen die vraag pas beantwoorden als ze de volledige lijst zien, inclusief de tools waar niemand een contract voor heeft getekend, elk gescoord op risico in plaats van vooraf goed- of afgekeurd.
Een tool die binnenkomt met nog geen beslissing is geen gat in je verwerkersregister. Het is de volgende regel erin.
#Maatregel 4: internationale doorgifte
Veel AI-aanbieders zijn gevestigd buiten de EU, vaak in de VS. Persoonsgegevens naar buiten de EU sturen mag alleen met een geldige grondslag voor doorgifte: een adequaatheidsbesluit, standaardcontractbepalingen (SCC's), of een andere wettelijke route. Dit is een reden om bij de keuze van een AI-tool te kijken naar waar de gegevens worden verwerkt. Meer hierover in datasoevereiniteit en AI-prompts.
#Maatregel 5: passende beveiliging
Artikel 32 vraagt om passende technische en organisatorische maatregelen. Bij AI-gebruik gaat het dan om goedgekeurde tools en accounttypes, afspraken over wat medewerkers mogen delen, en een manier om te voorkomen dat gevoelige gegevens onbedoeld worden verstuurd. Beveiliging gaat hier over de leverancier én over het gedrag op de werkvloer.
#Maatregel 6: een DPIA bij hoog risico
Bij verwerkingen met een waarschijnlijk hoog risico voor betrokkenen is een Data Protection Impact Assessment verplicht. Denk aan grootschalige verwerking van bijzondere persoonsgegevens of systematische monitoring. Bij gevoelig AI-gebruik is een DPIA vaak nodig. Het is ook het moment waarop je toetst of de verwerking proportioneel is.
#Maatregel 7: rechten van betrokkenen
Mensen hebben recht op inzage, rectificatie en verwijdering. Dat betekent dat je moet weten welke persoonsgegevens via AI-tools worden verwerkt en waar ze terechtkomen. Zie ook hoe je training op je data uitzet en verwijdering aanvraagt.
#Hoe je deze maatregelen in de praktijk ondersteunt
De meeste AVG-maatregelen komen samen in één moment: de prompt. Daar wordt beslist welke persoonsgegevens de organisatie verlaten. BeeSensible markeert gevoelige gegevens terwijl iemand typt in AI-tools in de browser, zodat ze nog verwijderd, vervangen door een realistisch alternatief of gemaskeerd kunnen worden voordat de prompt wordt verstuurd.
Stel: een medewerker plakt een klantmail met een naam, een IBAN en een telefoonnummer. De gevoelige gegevens krijgen een markering. De medewerker vervangt de naam door "Klant A" en haalt het IBAN weg. De taak, een nette reactie opstellen, blijft intact, maar de herleidbare gegevens verlaten de organisatie niet. Dat ondersteunt dataminimalisatie (maatregel 2), beveiliging (maatregel 5) en in de praktijk ook de doelbinding.
Zo ziet die markering er in het veld zelf uit, het moment waarop een naam of IBAN wordt gemarkeerd voordat de prompt vertrekt.
De verwijsbrief van Marit, uit het begin van dit stuk, is hetzelfde probleem in documentvorm. Naam, geboortedatum en diagnose staan al in het bestand lang voordat iemand ChatGPT opent, dus moet dataminimalisatie ook het document bereiken, niet alleen de prompt. Een tool die het bestand opent, het gevoelige deel markeert en Marit daarna een schone kopie laat exporteren, dekt die stap, op dezelfde basis als de browserextensie: verwerkt in de EU en niet bewaard.
De infrastructuur waarop BeeSensible draait is ISO 27001-gecertificeerd; BeeSensible zelf niet. Het vervangt je AVG-werk niet, maar maakt de belangrijkste maatregel concreet op het moment dat het telt. Begin dus bij de prompt: wat daar niet in staat, hoef je nergens te verantwoorden.
Verder lezen: Compliance en AI en de AI Act naast de AVG.