De privacy officer van een middelgroot advieskantoor krijgt eind oktober een vraag van de directie. Er stond iets in het nieuws over het handhavingsbeleid van de Autoriteit Persoonsgegevens, en de directeur wil weten wat er gebeurt als het misgaat met AI. Iemand plakt een klantdossier in een chatbot, het wordt gemeld, de AP gaat kijken. Staat de naam van het kantoor dan op de website van de AP?
Het korte antwoord: als de AP een sanctie oplegt, wordt die sinds 1 september 2026 in de regel openbaar. Een melding of een onderzoek is nog geen sanctie. Wat een organisatie wel in de hand heeft, is hoe het dossier eruitziet als de AP vragen stelt.
#Wat de AP sinds 1 september 2026 openbaar maakt
Sinds 1 september 2026 staat in artikel 21b van de Uitvoeringswet AVG (Gecontroleerd op 31 oktober 2026) dat de AP een bestuurlijke sanctie die ze heeft opgelegd openbaar maakt. Het artikel kwam in de wet met Staatsblad 2026, 154. De uitzondering is informatie die onder de weigeringsgronden van artikel 5.1 van de Wet open overheid valt. Openbaar is daarmee het wettelijke uitgangspunt.
Het artikel regelt ook het moment. De AP publiceert niet eerder dan tien werkdagen nadat de organisatie het besluit heeft gekregen. Heeft de organisatie het besluit zelf al naar buiten gebracht, of laat ze weten dat ze er geen bezwaar tegen heeft, dan kan het eerder. Vraagt de organisatie de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, dan wacht de AP met publiceren tot de rechter uitspraak heeft gedaan of het verzoek is ingetrokken. Dezelfde regels gelden voor een beslissing op bezwaar waarin de AP een sanctie oplegt.
Een bestuurlijke sanctie is in de Algemene wet bestuursrecht (artikel 5:2, Gecontroleerd op 31 oktober 2026) een verplichting die een bestuursorgaan oplegt wegens een overtreding. De boete is de bekendste. De last onder dwangsom is een tweede: de organisatie moet een overtreding beëindigen en betaalt als ze dat niet doet.
#Welke maatregelen de AP kan nemen
Een boete is maar een van de middelen. Volgens artikel 58, lid 2, van de AVG (Gecontroleerd op 31 oktober 2026) kan een toezichthouder een organisatie onder meer waarschuwen voor een voorgenomen verwerking die waarschijnlijk in strijd met de AVG is, een berisping geven na een overtreding, opdragen een verwerking binnen een termijn in orde te brengen, opdragen de betrokkenen over een datalek te informeren, een verwerking tijdelijk of definitief beperken of verbieden, en een boete opleggen. De boete kan naast of in plaats van die andere maatregelen komen.
Voor een AI-incident is de opdracht om de betrokkenen te informeren de maatregel die het dichtst bij huis ligt. Wie een datalek met hoog risico niet aan de mensen om wie het gaat meldt, kan dat alsnog moeten doen, met een besluit van de AP erbij.
#Hoe een AI-incident bij de AP terechtkomt
Er zijn drie gewone routes. De eerste is je eigen melding. De AP schreef in 2024 (Gecontroleerd op 31 oktober 2026) dat het een datalek is als een medewerker een AI-chatbot tegen de afspraken van de werkgever in gebruikt en daarbij persoonsgegevens invoert. Ze noemde twee meldingen die ze zelf kreeg: medische gegevens van patiënten bij een huisartsenpraktijk, en een bestand met onder meer adressen van klanten bij een telecombedrijf. Wanneer zo'n lek gemeld moet worden, staat in Medewerker plakte persoonsgegevens in ChatGPT: is dat een datalek, en moet je het melden?.
De tweede route is een klacht van iemand van wie de gegevens zijn. De derde is een tool die zelf de wet overtreedt. Toen de AP op 3 september 2024 Clearview AI een boete van 30,5 miljoen euro oplegde (Gecontroleerd op 31 oktober 2026), voor een database met foto's en biometrische codes van gezichten, waarschuwde voorzitter Aleid Wolfsen ook de gebruikers: wie de diensten van Clearview gebruikt, handelt volgens de AP ook illegaal, en Nederlandse organisaties die dat doen kunnen fikse boetes verwachten. De vraag welke AI-tools je organisatie toestaat, is daarmee ook een vraag over je eigen positie tegenover de toezichthouder.
#Wat de AP weegt bij de hoogte van een boete
Artikel 83 van de AVG (Gecontroleerd op 31 oktober 2026) noemt de factoren waarmee een toezichthouder rekening houdt. Voor een incident met een AI-tool springen er zes uit:
De maxima staan in hetzelfde artikel: tot 20 miljoen euro of 4% van de wereldwijde jaaromzet voor onder meer de basisbeginselen en de rechten van betrokkenen, tot 10 miljoen euro of 2% voor andere verplichtingen. Het zijn plafonds. Wat de AP in een concreet geval oplegt, hangt af van de factoren hierboven.
Nu een opgelegde boete in de regel openbaar wordt, telt deze tabel voor de naam van de organisatie net zo goed als voor haar begroting. Een organisatie die kan laten zien dat ze een besluit had, haar mensen hielp en het lek zelf meldde, staat er anders voor dan een organisatie die er via een klacht achter kwam.
#Wat het nieuwe handhavingsbeleid van de AP regelt
Op 30 oktober 2026 publiceerde de AP haar handhavingsbeleid (Gecontroleerd op 31 oktober 2026). Het beschrijft volgens de AP onder meer de uitgangspunten in de handhavingsfase, het verloop van de handhavingsprocedure en de samenwerking met andere toezichthouders. De AP schrijft dat er onder organisaties vragen leefden over wat ze tijdens zo'n procedure kunnen verwachten. Een concept verscheen op 13 april 2026, er kwamen twaalf reacties op, en in een apart document licht de AP toe wat ze daarmee heeft gedaan. Het beleid zelf staat als pdf bij het bericht.
Voor een privacy officer is het beleid vooral nuttig als leesvoer vóór een incident: het laat zien hoe een procedure verloopt voordat je er zelf in zit. De publicatieplicht van artikel 21b staat in de wet, niet in dit beleid.
#Wat je vooraf vastlegt, zodat het dossier klopt
De AP kijkt achteraf, maar ze kijkt naar wat er vooraf lag. Vier dingen maken het verschil in de tabel hierboven.
Een besluit per AI-tool. Welke tools mogen, met welk account en voor welke gegevens, en welke niet. Leg het vast in een AI-register, met de datum en wie besloot. Bij een tool waar een toezichthouder al voor waarschuwde, zoals Clearview, is het besluit snel genomen.
Afspraken die mensen kennen. Een afspraak over wat er niet in een prompt gaat, helpt pas als medewerkers haar tegenkomen op het moment dat ze een prompt schrijven. Hoe je dat volhoudt, staat in AI-beleid bijsturen in de praktijk.
Een datalekregister met de afweging erbij. Ook een lek dat je niet meldt, komt erin, met de reden. Dat is precies het stuk dat de AP wil zien als ze later vraagt waarom je niet meldde.
Tijdig melden. Volgens artikel 33 van de AVG (Gecontroleerd op 31 oktober 2026) zonder onnodige vertraging en zo mogelijk binnen 72 uur nadat je van het lek weet, als melden verplicht is. Wat je dan nog niet weet, vul je later aan. Artikel 83 noemt de eigen melding uitdrukkelijk als factor.
Zo'n dossier begint bij weten welke AI-tools er gebruikt worden en waar gevoelige gegevens in het spel zijn. Zien toont dat in aantallen en soorten gegevens, nooit in wat iemand typte. De besluiten per tool, met verantwoordelijke en geschiedenis, leg je vast bij Beslissen. En op het moment van plakken krijgen gevoelige gegevens een markering in de tekst, zodat de medewerker ze kan maskeren of verwijderen voordat ze weg zijn, of gebeurt dat automatisch als de organisatie dat zo heeft ingesteld. Voor wie dit soort dossiers beheert, is er een eigen pagina: AI-governance voor privacy officers.