Vraag een willekeurige FG of privacyfunctionaris wat het AI-beleid zegt, en je krijgt een variant van hetzelfde antwoord: geen klantnamen in een prompt, geen rekeningnummers plakken, denk na voordat je typt. Redelijke regels. Soms zelfs ondersteund door een tool die gevoelige tekst markeert voordat iemand die verstuurt.
Vraag diezelfde persoon wat het beleid zegt over een compleet dossier dat naar ChatGPT wordt geüpload voor een samenvatting, en dan wordt het stil. Meestal staat daar niets over.
Beleid is geschreven voor de prompt
Dat is geen slordigheid, dat is geschiedenis. De eerste adviezen over AI-risico's kwamen voort uit chatbotgebruik: iemand typt een vraag, het model antwoordt, het risicovolle moment is de zin in het berichtvak. Beleid, training en software zijn allemaal rond dat beeld gebouwd, en dat beeld klopt ook. Het is alleen niet compleet.
AI-tools zijn inmiddels meer dan een tekstvak. Upload een pdf, voeg een spreadsheet bij, sleep een rapportage erin, en het model leest alles. Het advies over typen komt daar niet aan te pas, want niemand heeft het risicovolle deel getypt. Het kwam binnen als bestand.
Een bestand bevat meer dan je ooit in een prompt typt
Een getypte prompt is een paar zinnen die iemand ter plekke heeft opgesteld, en precies daarom werkt advies op promptniveau: er is een moment, een tekstvak, een kans om te kijken voordat je verstuurt. Een dossier, contract of intern rapport van tien pagina's is anders. Het is geschreven voor een ander doel, door iemand die helemaal niet aan AI dacht, en het bevat doorgaans veel meer persoonsgegevens dan welke prompt ook: namen, geboortedata, BSN's, financiële gegevens, verwijzingen naar mensen die niet eens het onderwerp van het document zijn.
Niets daarvan is ongewoon. Zo ziet een normaal werkdocument eruit. Het probleem is dat beleid, training en de meeste software ervan uitgaan dat de risicovolle inhoud getypt is, terwijl een groeiend deel ervan nooit is getypt.
Een extra regel in het beleid dicht het gat niet
Een regel toevoegen aan het beleid ("upload geen documenten met persoonsgegevens") lost dit net zo min op als "plak geen gevoelige gegevens in ChatGPT" in zijn eentje het probleem met typen oploste. Mensen hebben een maatregel nodig op het moment dat het document ergens naartoe gaat: dezelfde logica als bij getypte prompts, maar dan voor bestanden.
BeeSensible opent een document, markeert de gevoelige velden op de pagina, de meest gevoelige nadrukkelijker, en levert een geanonimiseerde versie op zodra iemand alles heeft nagelopen en heeft weggelakt wat nodig is. Dat kan in de extensie, in het dashboard en in de desktop-app. In ChatGPT en Claude kan de organisatie ook instellen dat een bijgevoegd bestand eerst wordt tegengehouden; de medewerker kiest dan: controleren en maskeren, of het origineel toevoegen.