Grip op AI
Blog
AVG en AI op het werk 5 min leestijd

Moet je een DPIA doen voor AI-tools op de werkvloer?

Wanneer generatieve AI op het werk een DPIA vraagt, welke EDPB-criteria meetellen, wat erin hoort, en waarom een DPIA de maatregelen beschrijft maar niet aantoont.

Abstracte kaders met ronde hoeken
Snel antwoord

Niet automatisch, maar vaak wel. Artikel 35 AVG verplicht een DPIA als een verwerking waarschijnlijk een hoog risico voor betrokkenen oplevert. De EDPB noemt negen criteria, met als vuistregel dat twee ervan meestal genoeg zijn, en de Autoriteit Persoonsgegevens houdt een lijst bij van verwerkingen waarvoor een DPIA altijd verplicht is. Generatieve AI die medewerkers in hun werk gebruiken, voldoet al snel aan drie of vier criteria: nieuwe technologie, grote schaal, gevoelige gegevens en werknemers als betrokkenen. Doorgifte buiten de EU weegt ook mee. Beschrijf dan per tool welke gegevens erin gaan, op welke grondslag en met welke maatregelen, en zorg dat je later kunt laten zien dat die maatregelen ook werken.

01

Een DPIA is verplicht bij een waarschijnlijk hoog risico, niet bij elk AI-gebruik

02

Twee van de negen EDPB-criteria zijn meestal genoeg, en AI-tools voldoen vaak aan meer

03

De AP-lijst noemt verwerkingen waarvoor een DPIA altijd verplicht is

04

De DPIA beschrijft de tools, de gegevens, de grondslag en de maatregelen

05

Een DPIA beschrijft de maatregelen; de cijfers achteraf laten zien of ze werken

IT mailt de privacyfunctionaris: volgende maand wordt Copilot voor de hele organisatie aangezet, is daar een DPIA voor nodig? De privacyfunctionaris weet dat het antwoord niet in het licentiecontract staat, en evenmin in de naam van de tool.

Het antwoord: niet automatisch, maar in de meeste organisaties wel. De verplichting hangt af van het risico van de verwerking. Gebruiken tientallen mensen generatieve AI, met klant- of personeelsgegevens in hun prompts, dan valt dat risico zelden laag uit.

Wanneer verlangt artikel 35 AVG een DPIA?

Artikel 35 AVG verplicht een gegevensbeschermingseffectbeoordeling als een verwerking, gelet op de aard, de omvang, de context en het doel, waarschijnlijk een hoog risico voor de rechten en vrijheden van mensen oplevert. Het artikel noemt zelf drie situaties, waaronder grootschalige verwerking van bijzondere persoonsgegevens en systematische evaluatie van persoonlijke aspecten.

De richtsnoeren van de EDPB (WP248 rev.01) maken dat hanteerbaar met negen criteria: beoordelen of scoren, geautomatiseerde besluiten met rechtsgevolg, systematische monitoring, gevoelige gegevens, grootschalige verwerking, het combineren van gegevensbronnen, kwetsbare betrokkenen, innovatief gebruik van nieuwe technologie, en verwerking die mensen een recht of dienst kan ontnemen. De vuistregel: voldoet een verwerking aan twee criteria, dan is een DPIA in de regel nodig.

De Autoriteit Persoonsgegevens houdt ook een lijst met verwerkingen bij waarvoor een DPIA altijd verplicht is. Die telt zeventien categorieën, waaronder het volgen van werknemers en grootschalige verwerking van gezondheidsgegevens. Staat je verwerking op die lijst, dan hoef je niet meer te wegen.

Waarom voldoet AI-gebruik door medewerkers vaak aan meerdere criteria?

Aan één criterium voldoet generatieve AI bijna altijd: innovatief gebruik van nieuwe technologie. In de praktijk komen er snel meer bij.

Waar de weging op letHoe het uitpakt bij AI-tools in een organisatie
Innovatief gebruik van nieuwe technologie (criterium)Generatieve AI, zeker met geheugen of een koppeling met eigen documenten
Grootschalige verwerking (criterium)Tientallen tot honderden medewerkers, dagelijks, met steeds andere gegevens
Gevoelige gegevens (criterium)Verzuim, gezondheid, financiën en beoordelingen in prompts van HR, zorg en de financiële administratie
Kwetsbare betrokkenen (criterium)Werknemers, wier gegevens en gedrag in de tool terechtkomen
Doorgifte buiten de EU (context)De meeste bekende tools verwerken gegevens in de VS, tenzij een zakelijk contract iets anders regelt

Doorgifte is geen eigen criterium in de lijst van negen, maar hoort bij de context die artikel 35 laat meewegen, en bij AI-tools is die zelden neutraal. Wat de tabel laat zien: niet de tool bepaalt de uitkomst, maar het gebruik. Een enkele medewerker die vacatureteksten laat herschrijven, voldoet hooguit aan het eerste criterium. Een organisatie waar klantenservice, HR en de financiële administratie dezelfde tool gebruiken, voldoet aan vier. Om welke gegevens het dan precies gaat, lees je in het artikel over de AVG en AI-tools op de werkvloer.

Wat staat er in de DPIA voor AI-gebruik?

De AVG schrijft de inhoud grofweg voor: een beschrijving van de verwerking en het doel, een beoordeling van noodzaak en evenredigheid, de risico's voor betrokkenen, en de maatregelen. Voor AI-gebruik komt dat neer op:

  • Welke tools. De goedgekeurde tools, maar ook de tools die mensen al gebruiken, want de DPIA beschrijft de werkelijke verwerking, niet de gewenste.
  • Welke gegevens. Per soort werk: klantcontact, personeelsdossiers, contracten, cliëntdossiers. En welke daarvan bijzondere persoonsgegevens zijn.
  • Welke grondslag. Vaak gerechtvaardigd belang, met de belangenafweging erbij; bij overheden de publieke taak. De grondslag is de eerste van de maatregelen die de AVG bij AI-gebruik vraagt.
  • Welke maatregelen. Een goedgekeurd alternatief per soort gebruik, een verwerkersovereenkomst met de leverancier, uitleg aan medewerkers, en een markering van gevoelige gegevens voordat een prompt de deur uit gaat.
  • Wie het bijhoudt en wanneer. Een DPIA is een document met een datum. Er hoort een moment bij waarop je de beschrijving opnieuw naast de praktijk legt.

De relatie met de AI-verordening in twee zinnen: de FRIA uit artikel 27 beoordeelt wat de inzet van een systeem met een hoog risico betekent voor grondrechten, en is vanaf 2 december 2027 verplicht voor overheidsorganen en een beperkte groep private organisaties. Voor het dagelijkse gebruik van AI-tools blijft de DPIA het instrument, en artikel 26 van de AI-verordening verwijst daar zelf naar.

Hoe ziet dat er in een organisatie uit?

Een woningcorporatie schrijft in het voorjaar een DPIA voor Copilot: welke gegevens, welke grondslag, welke instellingen, uitleg aan medewerkers. Het document is degelijk. Zes maanden later laat een inventarisatie zien dat naast Copilot ook ChatGPT, Perplexity en een transcriptietool voor vergaderingen in gebruik zijn. Die laatste verwerkt stemmen en namen van huurders, en staat in geen enkel document.

Dat is geen incident, maar het gewone verschil tussen een beschrijving en een werkdag. De DPIA beschreef één tool; in de praktijk waren het er vier. De corporatie voegt de tools toe aan het overzicht, neemt per tool een besluit, en zet in de DPIA een vaste datum waarop de beschrijving opnieuw wordt vergeleken met wat er echt gebruikt wordt.

Hoe laat je zien dat de maatregelen ook werken?

Een DPIA beschrijft. Hij zegt dat gevoelige gegevens een markering krijgen voordat ze in een prompt verdwijnen, en dat medewerkers een goedgekeurd alternatief te zien krijgen bij een tool waarover de organisatie een besluit heeft genomen. Of dat ook gebeurt, staat niet in het document. Dat lees je af aan de cijfers achteraf: hoeveel markeringen er waren, wat ermee gebeurde, en welk aandeel van het AI-gebruik via goedgekeurde tools liep. Wat je met die cijfers kunt tegenover een toezichthouder, lees je in het artikel over wat je aan al die AI-cijfers hebt.

Detecties in de tijdAfgelopen 30 dagen
12.438+18% t.o.v. de vorige periode
Detecties per platform
ChatGPT
ChatGPT
78% aangepast
8.124
Gmail
81% aangepast
3.210
Gemini
74% aangepast
812
Gedetecteerde gegevenstypen
Naam
4.212
E-mailadres
2.930
BSN
1.486
IBAN
1.104
Diagnose
612
StandaardKritiek
Het BeeSensible-dashboard: detecties in totalen en waar ze het vaakst voorkomen, zonder individuele medewerkers te volgen.

BeeSensible levert op verzoek een product-DPIA aan als basis voor de eigen DPIA van de klant. De klant blijft verwerkingsverantwoordelijke; BeeSensible is verwerker en tekent met elke klant een verwerkersovereenkomst. Wat iemand typt, wordt alleen in het werkgeheugen verwerkt en niet bewaard, en de cijfers die overblijven bevatten geen gebruikers-id. Hoe dat past in het bredere overzicht van tools en besluiten, lees je op de onderwerppagina over AI-governance.

Beantwoord de vraag van IT dus niet met ja of nee, maar met de tabel: aan welke criteria voldoet ons gebruik? Zijn het er twee of meer, dan schrijf je de DPIA en zet je er meteen de datum in waarop je hem naast de werkelijke lijst van tools legt.

FAQ

Veelgestelde vragen

Is een DPIA verplicht zodra medewerkers ChatGPT gebruiken?

Niet vanzelf. De verplichting hangt af van het risico van de verwerking, niet van de naam van de tool. Gebruiken tientallen medewerkers een AI-tool waar klantgegevens, personeelsgegevens of gezondheidsinformatie in terechtkomen, en draait die tool buiten de EU, dan voldoe je aan meerdere criteria uit de EDPB-richtsnoeren en is een DPIA de verstandige uitkomst. Eén medewerker die zonder persoonsgegevens vacatureteksten laat herschrijven, voldoet aan geen enkel criterium.

Welke criteria van de EDPB spelen bij AI-tools?

De richtsnoeren noemen er negen, waaronder gevoelige gegevens, grootschalige verwerking, het combineren van gegevensbronnen, gegevens over kwetsbare betrokkenen zoals werknemers, en innovatief gebruik van nieuwe technologie. Generatieve AI voldoet vaak aan de laatste twee, plus schaal, en doorgifte buiten de EU weegt mee als context. Volgens de EDPB is een DPIA in de regel nodig zodra twee criteria van toepassing zijn.

Wat staat er in een DPIA voor AI-gebruik?

Een beschrijving van de verwerking: welke tools, welke soorten gegevens, welke medewerkers, welk doel en welke grondslag. Een beoordeling van noodzaak en evenredigheid. De risico's voor betrokkenen en de maatregelen die je daartegen neemt: goedgekeurde tools, een verwerkersovereenkomst, uitleg aan medewerkers, en een markering van gevoelige gegevens voordat een prompt wordt verstuurd. En wie de DPIA bijhoudt en wanneer die opnieuw wordt bekeken.

Moet de DPIA opnieuw als er een nieuwe AI-tool bijkomt?

Ja, als de nieuwe tool de verwerking wezenlijk verandert: andere gegevens, een ander land, een andere schaal. Een DPIA beschrijft een situatie, en zodra de praktijk daarvan afwijkt, beschrijft hij iets wat niet meer bestaat. Daarom hoort er een overzicht bij van de AI-tools die echt in gebruik zijn, en een vast moment waarop je de DPIA daarnaast legt.

Wat is het verschil tussen een DPIA en een FRIA?

De DPIA komt uit de AVG en gaat over de risico's van een gegevensverwerking voor betrokkenen. De FRIA komt uit de AI-verordening en beoordeelt wat de inzet van een AI-systeem met een hoog risico betekent voor grondrechten. Die is verplicht voor overheidsorganen en een beperkte groep private organisaties, vanaf 2 december 2027. Voor het dagelijkse gebruik van AI-tools door medewerkers is de DPIA het instrument.

Portret van Rens Timmermans van BeeSensible

Liever iemand die het laat zien?

Rens, BeeSensible

Ik geef je graag een rondleiding van twintig minuten. Laat je gegevens achter, dan zoek ik een moment dat jou uitkomt. Bellen of mailen mag natuurlijk ook.

Liever eerst even overleggen?

Wil je een live demo, of een offerte voor 100+ gebruikers? Laat je gegevens achter, dan nemen we binnen één werkdag contact op.