Grip op AI
Blog
Compliance en AI 8 min leestijd

AI-geletterdheid in 2026: wat wordt er echt van organisaties gevraagd?

Artikel 4 van de AI-verordening schrijft geen training, certificaat of uurnorm voor. Wat er wel staat, wat toereikend per rol betekent en wat je vastlegt.

Abstracte skyline boven heuvels
Snel antwoord

Artikel 4 van de AI-verordening geldt sinds 2 februari 2025 en vraagt van aanbieders en gebruiksverantwoordelijken dat ze maatregelen nemen voor een toereikend niveau van AI-geletterdheid bij hun personeel en bij anderen die namens hen AI-systemen gebruiken. Wat toereikend is, hangt af van kennis, ervaring, opleiding en de context van het gebruik. Er is geen voorgeschreven training, geen certificaat en geen aantal uren. Een organisatie moet kunnen laten zien dat ze per rol heeft bepaald wat mensen moeten weten, dat ze daar iets mee heeft gedaan en dat ze dat heeft vastgelegd. Sinds augustus 2026 zien nationale toezichthouders daarop toe.

01

Artikel 4 vraagt maatregelen voor een toereikend niveau van AI-geletterdheid, geen specifieke training

02

Wat toereikend is, hangt af van kennis, ervaring, opleiding en de context waarin iemand AI gebruikt

03

De Europese Commissie bevestigt dat een certificaat of formele toets niet nodig is en dat het volstaat als je het zelf vastlegt

04

Het toezicht ligt sinds augustus 2026 bij nationale toezichthouders; hoe Nederland dat invult, staat nog niet vast

05

Kennis is het halve werk: het besluit van de organisatie moet ook zichtbaar zijn op het moment dat iemand een AI-tool opent

Een directeur van een ingenieursbureau krijgt in juli een offerte binnen voor een "AI Act-training": twee uur per medewerker, met certificaat voor het dossier. In een reactie eronder vraagt de privacyfunctionaris of dit nu verplicht is. Het eerlijke antwoord: de verplichting bestaat, maar een training in die vorm is niet verplicht.

Artikel 4 van de AI-verordening geldt sinds 2 februari 2025. Aanbieders en gebruiksverantwoordelijken (in gewoon Nederlands: wie een AI-systeem maakt en wie het onder eigen verantwoordelijkheid gebruikt) moeten maatregelen nemen voor een toereikend niveau van AI-geletterdheid bij hun personeel en bij anderen die namens hen AI-systemen gebruiken. Wat toereikend is, hangt af van kennis, ervaring, opleiding en de context van het gebruik. Een training, een certificaat of een aantal uren staat er niet in.

Wat staat er precies in artikel 4?

De tekst is kort. Aanbieders en gebruiksverantwoordelijken nemen maatregelen om, zoveel als in hun vermogen ligt, te zorgen voor een toereikend niveau van AI-geletterdheid bij hun personeel en bij andere personen die namens hen AI-systemen bedienen en gebruiken. Daarbij houden ze rekening met de technische kennis, ervaring, opleiding en training van die mensen, met de context waarin de systemen worden gebruikt, en met de personen op wie de systemen worden toegepast. Zo staat het in Verordening (EU) 2024/1689.

Dezelfde verordening omschrijft AI-geletterdheid als de vaardigheden, de kennis en het begrip die nodig zijn om AI-systemen met kennis van zaken in te zetten en om je bewust te zijn van de kansen, de risico's en de mogelijke schade. Het gaat dus niet om programmeren. Het gaat erom dat je weet wat je gebruikt, wat het niet kan en wanneer je een uitkomst niet zomaar overneemt.

Twee begrippen verdienen aandacht. Een "gebruiksverantwoordelijke" kan een ziekenhuis zijn dat een triagesysteem inzet, maar evengoed een kantoor waar mensen met een chatbot een offerte opstellen. En "namens hen" reikt verder dan wie op de loonlijst staat: ook inhuurkrachten en leveranciers die met jullie AI-systemen werken, vallen eronder.

De Digital Omnibus van juli 2026 maakte van de bepaling een inspanningsverplichting: maatregelen nemen die de ontwikkeling van AI-geletterdheid ondersteunen. Wat dat wel en niet verandert, staat in de tijdlijn van de AI-verordening na de omnibus. Voor de vraag wat je moet doen, maakt het weinig uit: de verplichting blijft, en wat ze inhoudt, hangt nog steeds af van de context.

Waarom schrijft de wet geen training voor?

Omdat dezelfde bepaling moet gelden voor een fabrikant van medische software en voor een boekhoudkantoor met acht mensen. Eén vaste norm zou voor de een te licht zijn en voor de ander te zwaar. De wetgever koos daarom voor een open norm: de organisatie bepaalt zelf wat toereikend is en moet die keuze kunnen uitleggen.

De Europese Commissie heeft dat in het voorjaar van 2025 bevestigd in haar vragen en antwoorden over AI-geletterdheid. Een certificaat is niet vereist, een formele kennistoets voor medewerkers evenmin, en Brussel komt niet met een vast trainingspakket. Een organisatie legt zelf vast welke maatregelen ze heeft genomen. Wij konden die pagina bij het schrijven van dit stuk niet zelf openen en baseren ons op meerdere juridische samenvattingen ervan; lees de tekst zelf voordat je er beleid op bouwt.

Diezelfde Commissie houdt een verzameling praktijkvoorbeelden bij, een "living repository" met wat organisaties zelf hebben ingericht: van formele trainingen tot werkoverleg over wat wel en niet in een prompt hoort. Daar valt veel van af te kijken, met één kanttekening die de Commissie er zelf bij zet: wie een voorbeeld overneemt, voldoet daarmee niet automatisch aan artikel 4.

Wat is toereikend voor welke rol?

De vraag is niet "hoeveel uur training?", maar "wat moet iemand in deze rol begrijpen om AI verantwoord te gebruiken?". Dat verschilt per rol, en precies die verschillen leg je vast.

RolWat iemand moet kunnenWat je vastlegt
Gebruikt een chatbot voor tekstwerkWeet welke gegevens er niet in horen, welke tools zijn toegestaan en dat een antwoord altijd controle nodig heeftDe uitleg die deze groep kreeg en het besluit per tool
Gebruikt AI bij besluiten over mensen (werving, klantacceptatie, zorg)Begrijpt hoe het systeem tot een uitkomst komt, wat het mist en wanneer afwijken nodig isDe instructie per systeem en wie erop is ingewerkt
Koopt AI-tools in of beoordeelt ze (IT, inkoop, privacy)Kan leverancier, trainingsbeleid, vestigingsland en risico beoordelenDe vragenlijst en het register van beoordeelde tools
Stelt het beleid vast (directie, bestuur)Kent de status van elke tool, de grens tussen wat wel en niet mag en de eigen verantwoordelijkheidHet beleid, de besluiten en wie ze nam

Voor de meeste organisaties ligt het zwaartepunt bij de eerste rij. Daar zit de grootste groep, en daar is de uitleg het eenvoudigst: dit mag, dit niet, en bij twijfel weet je bij wie je terechtkunt. Hoe de AI-verordening en de AVG hier op elkaar aansluiten, staat in ons artikel over wat de AI-verordening en de AVG van bedrijven vragen.

Wie ziet erop toe?

Artikel 4 geldt sinds februari 2025, maar het toezicht kwam later. Sinds 2 augustus 2026 zijn de nationale toezichthouders bevoegd; op die datum ging ook het grootste deel van de verordening gelden. De verordening zelf koppelt geen eigen boete aan artikel 4; welke sanctie erop staat, regelen de lidstaten in nationale wetgeving.

In Nederland regelt de Uitvoeringswet AI-verordening dat. Het wetsvoorstel ging in april 2026 in consultatie en verdeelt het toezicht over bestaande toezichthouders, met een coördinerende rol voor de Autoriteit Persoonsgegevens en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur. Wie in Nederland precies toeziet op artikel 4, en met welke bevoegdheden, ligt daarmee nog niet definitief vast. Schrijf dat ook zo op in je eigen beleid: het is geen reden om te wachten, wel een reden om geen zekerheden te claimen die er nog niet zijn.

De vraag "kun je het aantonen?" komt in de praktijk trouwens zelden het eerst van een toezichthouder. Ze komt van een klant in een aanbesteding, van de accountant, van de ondernemingsraad of na een datalek waarbij een medewerker een dossier in een chatbot heeft geplakt. Dan telt niet of er een training was, maar of je kunt laten zien wat de organisatie had besloten en of dat besluit de medewerker heeft bereikt.

Hoe ziet dat eruit in een gewone organisatie?

Een accountantskantoor met 120 medewerkers laat in het voorjaar iedereen een AI-training volgen. De boodschap: Copilot is toegestaan, cliëntgegevens horen niet in gratis tools en bij twijfel vraag je het de privacyfunctionaris. Van de medewerkers doet 94 procent mee, en de presentielijst gaat in de map.

Een inventarisatie in de zomer laat zien dat naast Copilot ook ChatGPT, Perplexity en een transcriptietool voor vergaderingen in gebruik zijn. Over de transcriptietool is nooit een besluit genomen; twee teams gebruiken hem al maanden voor cliëntgesprekken. Dat is geen incident en ook geen bewijs dat de training mislukte. Het laat zien dat de training één moment was en dat het werk daarna doorging, met tools die er op die dag nog niet waren of die niemand als AI herkende.

Het kantoor doet daarna twee dingen. Het neemt een besluit over de transcriptietool en legt dat vast in het register. En het zorgt ervoor dat wie de tool opent, dat besluit ook te zien krijgt.

Waarom kennis geen garantie is voor gedrag

Die tweede stap is het deel van AI-geletterdheid dat het vaakst ontbreekt. Een training verandert wat mensen weten. Wat ze op donderdagmiddag met een deadline in de nek doen, wordt eerder bepaald door gewoonte dan door kennis. Waarom dat zo werkt, en wat een training wel en niet kan, lees je in ons artikel over awareness-training en gedrag.

Voor artikel 4 betekent dat: kennis overdragen is de eerste helft. De tweede helft is dat het besluit van de organisatie zichtbaar is op het moment dat iemand een AI-tool opent. Niet als blokkade, maar als herinnering: over deze tool is dit besloten, dit is het goedgekeurde alternatief, en gevoelige gegevens in je tekst krijgen een markering voordat je verstuurt. Wie dat inricht, hoeft er niet op te hopen dat mensen zich een uitleg van drie maanden geleden vanzelf herinneren.

Het levert ook iets op voor je dossier. Bij elke melding kun je tellen wat iemand deed: het alternatief geopend of toch doorgegaan. Bij elke markering hoe het afliep: gemaskeerd, verwijderd of toch verzonden. Als aantallen, zonder te zien wie het was. Dat is het verschil tussen "wij hebben een training gegeven" en "wij weten wat er sindsdien gebeurt".

Detecties in de tijdAfgelopen 30 dagen
12.438+18% t.o.v. de vorige periode
Detecties per platform
ChatGPT
ChatGPT
78% aangepast
8.124
Gmail
81% aangepast
3.210
Gemini
74% aangepast
812
Gedetecteerde gegevenstypen
Naam
4.212
E-mailadres
2.930
BSN
1.486
IBAN
1.104
Diagnose
612
StandaardKritiek
Het BeeSensible-dashboard: detecties in totalen en waar ze het vaakst voorkomen, zonder individuele medewerkers te volgen.

BeeSensible koppelt een catalogus van AI-tools aan het gebruik dat het in de organisatie ziet, en laat het besluit over een tool in de browser zien zodra iemand die tool opent. In de tools waarin mensen al werken, krijgen gevoelige gegevens een markering terwijl ze typen. De cijfers over wat er daarna gebeurt, zijn geaggregeerd en bevatten geen gebruikers-id. Hoe dat werkt, lees je op de pagina over AI-tools.

Wat leg je nu vast?

Vier dingen, en geen daarvan is een certificaat.

  1. Het register. Welke AI-tools in gebruik zijn en welke status elke tool heeft: toegestaan, beperkt toegestaan, nog geen besluit, niet toegestaan. Een register met alleen de tools waar iemand om heeft gevraagd, loopt achter op wat er echt gebeurt.
  2. De uitleg per rol. Wie welke informatie kreeg, wanneer en waarover. De tabel hierboven is een begin.
  3. Het besluit tijdens het werk. Hoe iemand die een tool opent, te weten komt wat erover is besloten en wat het alternatief is.
  4. Wat er daarna gebeurt. Geaggregeerde cijfers over meldingen en markeringen, met een eerlijke kanttekening waar de cijfers iets niet kunnen onderbouwen. Hoe je daarmee omgaat, lees je in ons artikel over bewijzen dat je AI-beleid werkt; meer over dit onderwerp vind je bij AI-governance.

De offerte uit de eerste alinea hoeft niet de prullenbak in; een goede training is een prima eerste maatregel. Maar stel de aanbieder een andere vraag: niet "krijgen we een certificaat?", maar "wat weten onze mensen straks per rol, en hoe komt dat terug op het moment dat ze een tool openen?".

FAQ

Veelgestelde vragen

Is AI-geletterdheid verplicht voor elke organisatie?

Artikel 4 geldt voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen, dus ook voor een organisatie waar medewerkers een chatbot gebruiken voor tekstwerk. De verplichting is om maatregelen te nemen voor een toereikend niveau van AI-geletterdheid. Wat dat inhoudt, verschilt per organisatie en per rol; de wet schrijft geen vorm voor.

Moeten medewerkers een AI-training met certificaat volgen?

Nee. De AI-verordening noemt geen training, certificaat, toets of aantal uren. De Europese Commissie schrijft in haar vragen en antwoorden over artikel 4 dat een certificaat niet vereist is en dat een organisatie haar eigen maatregelen mag vastleggen. Een training kan een goede maatregel zijn, maar is niet de maatstaf.

Wat betekent een toereikend niveau van AI-geletterdheid?

Genoeg om het AI-systeem in jouw rol met begrip te gebruiken: weten wat het doet, wat het niet kan, welke gegevens er niet in horen en wanneer je een uitkomst niet zomaar overneemt. Voor iemand die met een chatbot een document samenvat, betekent dat iets anders dan voor iemand die AI inzet bij een besluit over een sollicitant.

Wie controleert AI-geletterdheid in Nederland?

Nationale toezichthouders zijn sinds 2 augustus 2026 bevoegd. In Nederland regelt de Uitvoeringswet AI-verordening de verdeling. Dat wetsvoorstel ging in het voorjaar van 2026 in consultatie en geeft de Autoriteit Persoonsgegevens en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur een coördinerende rol. Wie precies op artikel 4 toeziet en met welke bevoegdheden, ligt daarmee nog niet definitief vast.

Is een training genoeg om aan artikel 4 te voldoen?

Een training zegt iets over wat mensen op de dag zelf weten. Artikel 4 gaat over het gebruik van AI-systemen in het werk, en dat gebeurt weken later, onder tijdsdruk. Wie kan laten zien dat het besluit van de organisatie ook op dat moment zichtbaar is, en wat er daarna gebeurt, heeft een sterker verhaal dan wie alleen een presentielijst heeft.

Portret van Rens Timmermans van BeeSensible

Liever iemand die het laat zien?

Rens, BeeSensible

Ik geef je graag een rondleiding van twintig minuten. Laat je gegevens achter, dan zoek ik een moment dat jou uitkomt. Bellen of mailen mag natuurlijk ook.

Liever eerst even overleggen?

Wil je een live demo, of een offerte voor 100+ gebruikers? Laat je gegevens achter, dan nemen we binnen één werkdag contact op.