Grip op AI
Blog
AI-governance 6 min leestijd

AI-governance in het onderwijs: afspraken die meebewegen met de klas

Docenten gebruiken AI voor lesmateriaal, feedback en ouderbrieven, vaak met leerlinggegevens erin. Wat een schoolbestuur met meerdere scholen regelt.

Abstracte zachte heuvels onder een zon
Snel antwoord

AI-governance in het onderwijs is het geheel van afspraken waarmee een schoolbestuur verantwoord omgaat met het AI-gebruik van docenten en medewerkers: welke tools er worden gebruikt, ook de AI-functies in bestaande leermiddelen, wat het bestuur per tool besluit en onder welke voorwaarde, of een docent dat besluit ziet terwijl hij typt en of het bestuur kan laten zien dat het werkt. Elk besluit draait om de vraag of leerlinggegevens erin mogen. Het privacyconvenant en de verwerkersovereenkomst regelen dat voor ingekochte leermiddelen, niet voor een gratis chatbot op een eigen account. Bij meerdere scholen hoort het register bij het bestuur en de didactische keuze bij de school.

01

Docenten gebruiken AI voor lesmateriaal, feedback en administratie, en de rapporttekst gaat er met naam en al in

02

Het privacyconvenant regelt de verwerkersovereenkomst voor ingekochte leermiddelen, niet voor een chatbot op een eigen account

03

De AI-verordening vraagt van elke school werk te maken van AI-geletterdheid en noemt toelating en beoordeling als hoogrisicogebied

04

Bij een bestuur met meerdere scholen hoort het register bij het bestuur en de didactiek bij de school

05

Of de afspraken werken, zie je aan cijfers per bestuur, nooit per docent

Een mentor op een middelbare school laat een chatbot de rapporttekst van een leerling vriendelijker formuleren. De naam van de leerling en de reden voor de zorgen staan er nog in. Een verdieping hoger vraagt de intern begeleider dezelfde tool om een ondersteuningsplan samen te vatten voor het overleg van morgen. Het bestuur, met negen scholen, heeft vorig jaar een AI-beleid vastgesteld waarin geen van beide situaties voorkomt.

AI-governance in het onderwijs gaat over precies die afstand tussen beleid en praktijk. Het is het geheel van afspraken waarmee een bestuur verantwoord omgaat met het AI-gebruik van docenten en medewerkers: welke tools er in gebruik zijn, wat per tool is besloten en onder welke voorwaarde, of een docent dat besluit ziet terwijl hij typt en of het bestuur kan laten zien dat het werkt. Wat dat in het algemeen inhoudt, lees je in ons hoofdartikel over AI-governance; op school draait bijna elk besluit om de vraag of leerlinggegevens erin mogen.

Waar gebruiken docenten AI voor?

Voor drie soorten werk. Lesmateriaal: een opdracht op drie niveaus, een toets met antwoordmodel. Feedback: een werkstuk nakijken, een rapporttekst formuleren. Administratie: een ouderbrief begrijpelijker maken, een verslag van een oudergesprek uitwerken.

Daar komt een vierde categorie bij die niemand als AI-gebruik ziet: de AI-functies in leermiddelen die de school al heeft, zoals adaptieve oefenprogramma's. En een vijfde: het werk dat thuis wordt afgemaakt, op een eigen account, omdat de schoollaptop al dicht was. Een beleid dat alleen de eerste drie beschrijft, mist het deel dat het snelst groeit.

Welke leerlinggegevens gaan mee?

Bij lesmateriaal meestal niets. Bij feedback en administratie bijna altijd iets: een naam, een klas, een cijfer en in de zwaardere gevallen de reden waarom er zorgen zijn. Een ondersteuningsplan bevat gegevens over gezondheid en gedrag van een minderjarige, en dat zijn bijzondere persoonsgegevens onder de AVG. Een rapporttekst met "heeft moeite met concentreren sinds de scheiding" hoort ook bij het leerlingdossier.

De taak kan bijna altijd zonder. Een rapporttekst vriendelijker formuleren werkt net zo goed met "de leerling" als met een naam, en een ondersteuningsplan samenvatten kan pas verantwoord in een omgeving waar de school afspraken mee heeft. Welke gegevens er altijd uit een prompt moeten, lees je in onze gids over wat je wel en niet met AI mag delen. Het besluit van het bestuur is dus niet "AI mag" of "AI mag niet", maar per tool: mag deze tool, en met welke gegevens?

Wat regelen het privacyconvenant en de verwerkersovereenkomst, en wat niet?

Het privacyconvenant onderwijs is de afspraak tussen het onderwijs en leveranciers van digitale leermiddelen over de omgang met leerlinggegevens, met een modelverwerkersovereenkomst erbij. De school is verwerkingsverantwoordelijke, de leverancier verwerker, en die afspraken hoeft niet elke school opnieuw te maken.

Dat werkt voor wat de school inkoopt. Het werkt niet voor een gratis chatbot die een docent op een eigen account gebruikt: daar is geen leverancier die het convenant heeft ondertekend, geen verwerkersovereenkomst, en vaak weet de school niet eens dat de tool wordt gebruikt. Het verschil tussen een persoonlijk en een zakelijk account is bij AI-tools groot, en wat er in een verwerkersovereenkomst voor een AI-tool hoort te staan, geldt voor een school onverkort. Het convenant beantwoordt de vraag "met welke leveranciers hebben we afspraken", niet de vraag "welke tools worden er gebruikt".

Wat vraagt de AI-verordening van een school?

Twee dingen. Sinds februari 2025 vraagt artikel 4 van de AI-verordening van elke organisatie die AI-systemen gebruikt, dat ze werkt aan de AI-geletterdheid van de mensen die ermee werken. Voor een school betekent dat: docenten weten welke tool ze gebruiken, welke gegevens er niet in horen en waar ze een nieuwe tool melden. Wat per rol toereikend is, lees je in AI-geletterdheid in 2026.

Het tweede weegt zwaarder maar raakt minder scholen. Bijlage III noemt onderwijs als hoogrisicogebied, onder meer voor AI die wordt gebruikt bij toelating en bij het beoordelen van leerresultaten. Een docent die een chatbot een les laat voorbereiden, gebruikt daarmee geen hoogrisicosysteem. Een school die AI inzet om werkstukken te beoordelen of leerlingen toe te laten, moet die vraag wel stellen, samen met de aanbieder van dat systeem, want de classificatie hangt af van het beoogde doel. Het artikel over wanneer een AI-toepassing onder hoog risico valt werkt dat onderscheid uit; hoe het precies uitpakt, verschilt per school en per systeem.

Hoe verdeel je dit tussen bestuur en school?

VraagBestuurSchool
Welke AI-tools zijn in gebruikEén register voor alle scholen, gevoed door wat er echt wordt geopendMeldt een nieuwe tool, ook een die in een leermiddel zit
Mag deze tool, en met welke gegevensHet besluit per tool: toegestaan, beperkt toegestaan, nog geen besluit, niet toegestaan, met de voorwaarde over leerlinggegevensPast het besluit toe in de eigen praktijk
Hoe zet een docent AI in bij een les of een toetsKaders, met ruimte daarbinnenDe didactische keuze, per vak en per opdracht
Weten docenten wat er is beslotenDe melding op het moment dat iemand een tool opentHet gesprek in de sectie en in het team
Werkt hetCijfers per bestuur en per school, zonder namenAanleiding om iets aan te passen

Wat gebeurt er bij een bestuur met negen scholen?

Het beleid van het bestuur uit het voorbeeld bovenaan noemt twee tools: Microsoft 365 Copilot is toegestaan, ChatGPT is beperkt toegestaan zonder leerlinggegevens. Als het bestuur voor het eerst bekijkt welke AI-diensten er in de browser worden geopend, duiken er op twee scholen een tool voor lesmateriaal op, op één school een transcriptietool die bij oudergesprekken wordt gebruikt en op alle negen een presentatietool die niemand als AI-tool had herkend. Geen van de drie staat in het register, en de transcriptietool neemt gesprekken op waarin zorgen over een kind worden besproken.

Dat is geen incident. De docent met de transcriptietool bespaart er een uur per week mee en niemand had gezegd dat het niet mocht, want niemand wist dat de tool bestond. Het laat zien dat een beleid met twee tools na een jaar drie tools mist. Wat er dan moet gebeuren: drie tools beoordelen, per tool een status kiezen, bij de transcriptietool nagaan of er een omgeving met verwerkersovereenkomst is die hetzelfde doet, en dat alternatief laten zien zodra iemand de oude tool opent.

BeeSensible koppelt een catalogus van meer dan 1.000 AI-tools aan het gebruik dat in de organisatie wordt waargenomen: alleen het domein, hooguit één keer per dag per apparaat, zonder gebruikers-id en zonder inhoud. Een beheerder van het bestuur ziet in de Inbox welke tools nog geen besluit hebben en legt het besluit vast; heeft het bestuur meldingen aangezet, dan ziet een docent het besluit in de browser zodra hij de tool opent. BeeSensible blokkeert niets uit zichzelf; of een docent na de melding bij een niet-toegestane tool kan doorgaan, stelt het bestuur in. Zo ziet dat register eruit:

AI-register
ToegestaanIn beoordelingNiet toegestaanAlle tools
Zoek op tool, leverancier, domein of oude naam…
1.012 tools
DeepSeek
Kritiek · 90/100
Niet toegestaan
Otter.aiNieuw
Hoog · 68/100
Nog geen besluit
Grok
Hoog · 67/100
Niet toegestaan
ChatGPT
Hoog · 62/100
Toegestaan
Perplexity
Middel · 55/100
Nog geen besluit
HeyGen
Middel · 53/100
Nog geen besluit

Elke tool, beoordeeld op risico

Meer dan 1.000 AI-tools, elk met een risiconiveau van Laag tot Kritiek. Niets is vooraf goedgekeurd of geblokkeerd: dat gebeurt pas als iemand een besluit neemt.

Meer over AI Governance

Hoe weet het bestuur of het werkt?

Aan cijfers over tools, niet over docenten. Welk deel van het AI-gebruik loopt via de tools die zijn goedgekeurd, en groeit dat aandeel? Hoeveel tools die echt worden gebruikt, hebben nog geen besluit? Geen van die vragen heeft een naam nodig; zodra je per docent meet, houd je toezicht op personeel, en dan heb je een eigen grondslag onder de AVG nodig en heeft de medezeggenschap een rol.

Vermeld ook eerlijk wat de cijfers niet laten zien: gebruik op een eigen telefoon valt buiten beeld. Hoe dat op een school uitpakt, lees je op de pagina voor het onderwijs; de vragen die voor elke sector gelden, staan bij elkaar op de overzichtspagina over AI-governance.

Kies deze week één tool waarvan je niet weet of er iets over is besloten, en neem dat besluit, met de voorwaarde over leerlinggegevens erbij. De mentor uit de eerste alinea had dan geweten wat ze met de naam moest doen voordat ze op verzenden drukte.

FAQ

Veelgestelde vragen

Mag een docent ChatGPT gebruiken voor lesmateriaal?

Dat beslist het bestuur, en meestal is het antwoord ja, onder een voorwaarde: zonder leerlinggegevens en op het account dat de school heeft aangewezen. Een opdracht bedenken of een tekst vereenvoudigen raakt geen leerling. Feedback op een werkstuk met naam, een rapporttekst of een zorgnotitie wel. Dan haal je de naam eruit voordat de tekst in een tool gaat, of je doet de taak in een omgeving met een verwerkersovereenkomst.

Dekt het privacyconvenant onderwijs ook chatbots?

Het privacyconvenant legt afspraken vast tussen scholen en leveranciers van digitale leermiddelen, met een modelverwerkersovereenkomst erbij. Dat werkt voor tools die de school heeft ingekocht en waarvan de leverancier het convenant heeft ondertekend. Een gratis chatbot die een docent op een eigen account gebruikt, valt daar niet onder: er is geen overeenkomst, en de school weet vaak niet dat de tool in gebruik is.

Geldt AI in het onderwijs als hoog risico volgens de AI-verordening?

Bijlage III van de AI-verordening noemt onderwijs, onder meer AI die wordt gebruikt voor toelating en voor het beoordelen van leerresultaten. Een docent die een chatbot een les laat voorbereiden, gebruikt daarmee geen hoogrisicosysteem. Zet een school AI in om werk te beoordelen of leerlingen toe te laten, dan moet ze die vraag wel stellen, samen met de aanbieder van het systeem. Wat wel voor elke school geldt, is de plicht om werk te maken van AI-geletterdheid.

Hoe houdt een bestuur met meerdere scholen dit bij?

Met één register op bestuursniveau, waarin elke tool die in gebruik is een status heeft, en per school ruimte voor de didactische keuze hoe AI in een les of toets wordt ingezet. Een nieuwe tool duikt op één school op en is een week later op drie scholen in gebruik; aparte registers per school lopen daardoor snel uit elkaar. Het besluit komt van het bestuur; de melding bereikt de docent zodra hij de tool opent.

Houdt het bestuur dan bij welke docent welke tool gebruikt?

Nee, en dat is ook niet nodig. De vragen van het bestuur gaan over tools: welke er worden gebruikt, hoe vaak, met welke status en of het gebruik via de goedgekeurde tools loopt. Geen van die vragen heeft een naam nodig. Zodra je per docent meet, houd je toezicht op personeel, en dan heb je een eigen grondslag onder de AVG nodig en heeft de medezeggenschap een rol.

Portret van Rens Timmermans van BeeSensible

Liever iemand die het laat zien?

Rens, BeeSensible

Ik geef je graag een rondleiding van twintig minuten. Laat je gegevens achter, dan zoek ik een moment dat jou uitkomt. Bellen of mailen mag natuurlijk ook.

Liever eerst even overleggen?

Wil je een live demo, of een offerte voor 100+ gebruikers? Laat je gegevens achter, dan nemen we binnen één werkdag contact op.