De IT-beheerder van een woningcorporatie krijgt van de functionaris gegevensbescherming de vraag welke AI-tools er in gebruik zijn. Hij opent de logs van de secure web gateway en ziet chatgpt.com, copilot.microsoft.com en een domein dat hij niet kent. Van de veertig collega's die vandaag thuiswerken ziet hij niets, want de proxy staat op het kantoornetwerk.
Dat is de kern van de vergelijking. Een netwerkproxy ziet het verkeer van elk apparaat dat erdoorheen loopt, naar elke dienst, en kan een verbinding stoppen. Een browserextensie ziet alleen de browser waarin hij is geïnstalleerd, maar reist mee met de laptop en staat in het tekstvak op het moment dat iemand een AI-tool opent. Voor netwerkbeveiliging blijft de proxy nodig. Voor de vraag welke AI-tools worden gebruikt en of medewerkers het besluit daarover kennen, zit de extensie op de betere plek.
Wat ziet een netwerkproxy, en wat niet?
Een proxy, een secure web gateway of een DNS-filter staat tussen het apparaat en het internet. Alles wat via het kantoornetwerk of een altijd-aan VPN naar buiten gaat komt erlangs: elke browser, elke native app, elk script. Dat is de kracht ervan. Wie wil weten of er vanaf een beheerd apparaat een verbinding naar een malwaredomein is opgezet, kijkt hier.
Van versleuteld verkeer ziet de proxy het domein en de hoeveelheid, niet de inhoud. Inhoud vraagt TLS-inspectie: het verkeer openbreken, bekijken en opnieuw versleutelen. Dat betekent een certificaat op elk apparaat, extra capaciteit voor al het verkeer, en de vraag of je ook bankieren, zorgportalen en de huisarts leesbaar wilt maken. Veel organisaties zetten inspectie voor grote categorieën uit, en dan blijft het domein over.
Een domein zegt minder dan het lijkt. chatgpt.com is hetzelfde domein voor een gratis account en voor een zakelijk account met verwerkersovereenkomst. Een AI-functie in een dienst die je al gebruikt heeft geen eigen domein. En de proxy ziet de prompt pas als hij het apparaat verlaat: op dat moment is hij al geschreven en verstuurd. Een proxy kan de verbinding stoppen; helpen bij wat erin gaat kan hij niet.
Wat een proxylog wel altijd bevat: het apparaat of het account waar het verkeer vandaan kwam. Dat maakt de log per persoon leesbaar, en daarmee een verwerking van persoonsgegevens met een gesprek met de ondernemingsraad erbij. Waarom dat voor governance ook een meetprobleem is, staat in AI-monitoring versus medewerkersmonitoring.
Wat ziet een browserextensie, en wat niet?
Een extensie zit in de browser en ziet wat daar gebeurt: welke pagina opengaat, en in ondersteunde apps wat er in het tekstvak wordt getypt. Hij gaat mee naar huis, naar de hotspot in de trein en naar het wifi van de klant, want hij zit op het apparaat en niet op het netwerk.
Wat hij niet ziet is alles buiten die browser. Een tweede browser waarin hij niet is geïnstalleerd. Native apps. Telefoons. Een script dat een AI-dienst via een API aanspreekt. Apparaten die de organisatie niet beheert. Wie dat wil dekken komt terug bij de proxy of bij een beheerde werkplek.
Wat een extensie vastlegt is een ontwerpkeuze van de maker. Het kan de hele browsergeschiedenis zijn, en dan is de extensie erger dan een proxy. Het kan ook alleen het domein van een geopende AI-tool zijn, zonder gebruikers-id. Vraag dat na voordat je iets uitrolt.
| Zicht op | Netwerkproxy | Browserextensie |
|---|---|---|
| Thuiswerk zonder VPN | Nee, tenzij een cloudproxy met agent per apparaat | Ja, reist mee met het apparaat |
| Telefoons | Alleen op kantoor-wifi of als beheerd toestel | Nee |
| Andere browsers en native apps | Ja | Nee, alleen de browser waarin hij staat |
| Versleuteld verkeer | Het domein; inhoud alleen met TLS-inspectie | De pagina zelf, zonder iets te ontsleutelen |
| Gratis of zakelijk account | Hetzelfde domein, geen verschil | Hetzelfde domein, geen verschil |
| Het tekstvak, voor verzending | Nee | Ja, in ondersteunde apps |
| Kan een verbinding stoppen | Ja | Hangt van de extensie af; BeeSensible doet het niet |
| Wat er wordt vastgelegd | Per apparaat of account | Hangt van de extensie af; bij BeeSensible het domein, hooguit één keer per dag per apparaat, zonder gebruikers-id |
| Uitrol | Netwerkconfiguratie, bij inspectie certificaten op elk apparaat | Beheerbeleid van de browser, centraal |
Waarom is het tekstvak het verschil?
Governance van dagelijks AI-gebruik draait om een besluit per tool en om de vraag of mensen dat besluit kennen op het moment dat het telt. Dat moment is het openen van de tool en het typen van de prompt, en dat gebeurt in de browser. Het is dezelfde verschuiving als in de browser is je grootste blinde vlek geworden: het werk is naar de browser verhuisd, en een log achteraf beschrijft wat er al gebeurd is.
Een proxy kan op dat moment twee dingen: doorlaten of stoppen. Een extensie kan iets anders: laten zien wat de organisatie heeft besloten, het goedgekeurde alternatief aanbieden, en gevoelige gegevens markeren terwijl ze worden getypt. Dat is geen beveiliging in de klassieke zin. Het is de plek waar een beleid van papier naar de werkdag gaat. Hoe dat in de hele cyclus past, staat in wat is AI-governance en op de onderwerpspagina over AI-governance.
Wanneer is een proxy de betere keuze?
Vaker dan een leverancier van extensies graag toegeeft.
Als de vraag netwerkbeveiliging is: malware, phishing-domeinen, verbindingen naar infrastructuur van aanvallers, categorieën die voor iedereen dicht moeten. Als je native apps, scripts en API-verkeer naar AI-diensten moet dekken, bijvoorbeeld bij ontwikkelaars met een API-sleutel. Als je apparaten altijd via een beheerd netwerk of VPN lopen en de logs er toch al zijn. En als een toezichthouder of contract verlangt dat een specifieke dienst technisch onbereikbaar is, want dan is een melding niet genoeg. Houd bij dat laatste wel in gedachten wat blokkeren met het gebruik doet: het verplaatst zich naar de telefoon.
Wat een proxy in geen van die gevallen levert, is het antwoord op de vraag of er over een tool iets is besloten. Dat staat in een register, niet in een log. Welke andere bronnen daarbij elk een deel zien, staat in hoe ontdek je shadow AI.
Hoe ziet dat eruit bij een woningcorporatie?
De beheerder uit de eerste alinea rolt een extensie uit via Intune en legt na een maand de twee lijsten naast elkaar. De proxy zag chatgpt.com en Copilot. De extensie ziet daarnaast Perplexity, een transcriptietool die het team huurdersoverleg gebruikt voor verslagen, en een dienst die brieven herschrijft naar B1-niveau. Twee daarvan staan nergens in het register.
Dat is geen incident, en de proxy had het niet fout: hij beschreef het kantoor. De lijst uit de browser beschrijft het werk, inclusief de dagen thuis. Het verschil tussen die lijst en het register is de werkvoorraad: drie tools die een besluit nodig hebben.
BeeSensible is een browserextensie voor Chrome en Edge, geen proxy. De extensie registreert alleen het domein van een geopende AI-tool, hooguit één keer per dag per apparaat, zonder gebruikers-id en zonder pagina-inhoud, en toetst dat aan een catalogus van 865 beoordeelde tools. Een beheerder ziet in de AI Tools-module welke tools nog geen besluit hebben en legt dat besluit vast; de uitrol gaat centraal, via Microsoft Intune binnen een uur.