Een IT-beheerder bij een ingenieursbureau krijgt van de directie één vraag: "ChatGPT of Copilot? Kies er een, dan zetten we de rest uit." Ze heeft beide bekeken, weet dat de helft van de collega's al een persoonlijk ChatGPT-account gebruikt en dat Copilot Chat in de Microsoft 365-licenties standaard aanstaat, en vermoedt dat de vraag verkeerd is gesteld.
Dat klopt. Het grootste verschil zit niet tussen de twee tools maar tussen de accounts waaronder ze draaien. Pas als dat geregeld is, blijft er een echt verschil over: wat elke assistent kan zien, wie dat beheert, en waar het werk ligt om het veilig te houden.
Welk account bepaalt de gegevensbescherming?
Bij beide diensten zijn er varianten die dezelfde naam dragen maar heel verschillende voorwaarden hebben. ChatGPT bestaat als persoonlijk account (Free, Plus, Pro), als Business-workspace en als Enterprise- of Edu-omgeving. Copilot bestaat als consumentenversie zonder werkaccount, als Microsoft 365 Copilot Chat met werkaccount, en als de betaalde Microsoft 365 Copilot.
De scheidslijn loopt niet tussen de merken maar dwars door beide heen. Bij persoonlijke ChatGPT-accounts kan OpenAI chats gebruiken voor modelverbetering, tenzij de gebruiker dat uitzet, en de organisatie heeft er geen regie over. Bij Business, Enterprise en Edu stelt OpenAI dat de gegevens in de workspace standaard niet voor training worden gebruikt. De consumenten-Copilot heeft geen zakelijke gegevensbescherming; de ingelogde varianten wel, en Microsoft stelt dat prompts, antwoorden en Graph-gegevens daar niet worden gebruikt om de onderliggende modellen te trainen.
Wie de vraag "ChatGPT of Copilot" stelt, vergelijkt dus meestal een persoonlijk account met een ingekochte licentie, en dat is geen vergelijking tussen tools. Waarom dat verschil bij elke AI-dienst hetzelfde werkt, staat in gratis versus zakelijk AI-account.
Wat ziet elke assistent?
Hier zit het verschil dat overblijft als de accounts gelijk zijn, en dat verschil is groot.
ChatGPT ziet wat iemand aanlevert: de geplakte tekst, het geüploade bestand, de schermafbeelding. Het geheugen kan context uit eerdere gesprekken meenemen, en een gedeelde link maakt een gesprek toegankelijk voor iedereen met de link. Het bereik is dus zo groot als de prompt, en het risico zit precies daar: welke klantgegevens, dossiers of contractpassages er in dat tekstvak zijn beland. De zes prompts die daar het vaakst misgaan, staan in ons artikel over ChatGPT en werkdata.
Microsoft 365 Copilot ziet wat de gebruiker mag openen. Het zoekt via Microsoft Graph door e-mail, agenda, Teams, SharePoint en OneDrive, met precies de rechten van de persoon die de vraag stelt. Het verleent geen nieuwe toegang, maar maakt alles wat jarenlang te ruim is gedeeld, met één vraag in gewone taal vindbaar. Copilot Chat, de variant zonder betaalde licentie, heeft dat bereik niet en werkt met uploads en wat op het scherm staat. Waarom het erven van rechten het hele privacyverhaal van Copilot is, lees je in het artikel over hoe Copilot jouw toegang erft.
In de praktijk betekent dat: bij ChatGPT zit het risico in wat mensen doen terwijl ze typen, bij Copilot in een rechtenstructuur die in de loop der jaren is ontstaan. Microsoft zet het opruimen van die rechten daarom vooraan in zijn eigen uitrolhandleiding.
Hoe verschillen koppelingen en beheer?
| ChatGPT | Microsoft Copilot | |
|---|---|---|
| Zakelijke varianten | Business, Enterprise, Edu | Copilot Chat (werkaccount), Microsoft 365 Copilot |
| Training op invoer | Persoonlijk: mogelijk tenzij uitgezet; zakelijk: standaard uitgesloten | Consument: geen zakelijke bescherming; ingelogd: geen training van de onderliggende modellen |
| Bereik | Wat wordt geplakt, geüpload of als schermafbeelding meegegeven | Copilot Chat: uploads en scherm; Microsoft 365 Copilot: alles wat de gebruiker via Graph mag openen |
| Koppelingen | GPT's, apps en connectors; in Enterprise en Edu standaard uit, door workspace-eigenaren te beheren | Connectors, agents uit Copilot Studio, plug-ins; wie ze aanzet, moet ergens zijn vastgelegd |
| Beheer | Business: leden, apps, GPT-instellingen; Enterprise en Edu: SSO, SCIM, rollen, bewaartermijnen, dataresidentie | Licenties per gebruiker, Purview-gevoeligheidslabels, DLP voor Copilot, Restricted SharePoint Search als tijdelijke rem, flex routing |
| Verwerking in de EU | Afhankelijk van de inrichting van de Enterprise-omgeving | Opslag binnen de EU-datagrens; flex routing kan verwerking bij pieken buiten de EU brengen en is uit te zetten |
| Waar het werk ligt | Bij de prompt | Bij de rechten |
Koppelingen verbreden bij beide wat de assistent kan lezen, en in beide gevallen is de vraag niet "aan of uit", maar wie ze aanzet en waar dat is vastgelegd. Bij ChatGPT zijn dat GPT's, apps en connectors; bij Copilot connectors, agents en plug-ins die soms met een maandelijkse update binnenkomen zonder dat iemand erom vroeg.
Ook het beheer is anders van aard. ChatGPT Enterprise geeft beheer over de workspace: wie erin zit, welke apps aanstaan, hoe lang gesprekken bewaard blijven. Beheerders krijgen daarbij niet automatisch toegang tot de privéchats van gebruikers. Copilot-beheer gaat vooral over de omgeving eromheen: gevoeligheidslabels die versleutelde inhoud buiten Copilot houden, DLP-regels en de rechtenrapportages van SharePoint Advanced Management. Bij Copilot beheer je dus vooral wat de assistent mag vinden; bij ChatGPT vooral wie de workspace gebruikt en hoe.
Wanneer past welke?
Microsoft 365 Copilot past als het werk in Microsoft 365 staat en de organisatie wil dat de assistent daarin zoekt, maar alleen als de rechten op SharePoint en OneDrive zijn opgeschoond voordat de licenties worden uitgedeeld. Zonder die stap koop je een zoekmachine voor je eigen te ruim gedeelde mappen.
ChatGPT Business of Enterprise past als het werk bestaat uit tekst en documenten die iemand zelf aanlevert, als er geen Microsoft 365-omgeving is, of als mensen er simpelweg beter mee werken. Het bereik is dan beperkt tot de prompt, en dat maakt het risico overzichtelijker, maar niet kleiner: alles hangt af van wat er wordt geplakt.
De persoonlijke ChatGPT-accounts en de consumenten-Copilot zijn voor geen enkel werk met persoonsgegevens geschikt. Dat is de enige regel die in beide kolommen hetzelfde is.
Wat als beide in gebruik zijn?
Dat is bij de meeste organisaties de werkelijkheid. Het ingenieursbureau uit het begin heeft Copilot Chat aanstaan en een groep collega's die ChatGPT gewend is, en geen van beide verdwijnt door een keuze op papier. De bruikbare vraag is niet welke tool wint, maar welke status elke variant krijgt: toegestaan, beperkt toegestaan, nog geen besluit of niet toegestaan. Persoonlijke ChatGPT-accounts op "niet toegestaan" zetten, met ChatGPT Business of Copilot Chat als alternatief, is een ander besluit dan "ChatGPT is verboden", en het houdt het gebruik zichtbaar.
BeeSensible zet de consumenten- en zakelijke varianten van dezelfde dienst als aparte vermeldingen in de catalogus, elk met een eigen risicoscore, en koppelt die aan het gebruik dat het in de organisatie waarneemt. Daarbij legt het alleen het domein vast, hooguit één keer per dag per apparaat, zonder gebruikers-id. De beheerder legt per variant een besluit vast, en dat besluit verschijnt in de browser als iemand de tool opent, met het toegestane alternatief als eerste knop. Zo staan de varianten naast elkaar: