De IT-manager van een verzekeraar krijgt elke maand van de CASB een rapport over de clouddiensten die in gebruik zijn. Deze maand: 1.200 clouddiensten gezien, waarvan 41 in de categorie AI, met ChatGPT bovenaan. Het rapport zegt hoeveel verkeer er naar elk domein ging en vanaf hoeveel toestellen. Het zegt niet of dat verkeer bij het zakelijke account hoorde, of de organisatie ooit iets over die 41 heeft besloten of hoeveel AI-gebruik er buiten het kantoornetwerk plaatsvond.
Dat is niet wat een CASB belooft, dus het is geen tekortkoming. Het is wel de plek waar governance van AI-gebruik begint.
Een CASB (cloud access security broker) kijkt naar het verkeer tussen je organisatie en clouddiensten en kan daar ingrijpen. Governance van AI-gebruik kijkt naar de tool: welke AI-diensten er worden geopend, wat daarover is besloten en of de medewerker dat besluit ziet op het moment dat hij de tool opent. De twee overlappen bij het ontdekken van gebruik en gaan daarna elk een andere kant op.
Wat ziet een CASB?
Een CASB verzamelt gegevens op drie manieren. Hij leest de logs van je firewall of proxy en herkent daarin de domeinen van clouddiensten. Hij kan een agent op beheerde toestellen gebruiken, zodat ook verkeer buiten het kantoornetwerk wordt meegenomen. En hij kan via een koppeling met de diensten die je zelf hebt ingekocht, zoals Microsoft 365 of Google Workspace, zien welke bestanden er staan en met wie ze worden gedeeld. Microsoft beschrijft die drie lagen voor zijn eigen CASB in de documentatie van Defender for Cloud Apps.
Wat eruit komt, is een catalogus van duizenden clouddiensten, elk met een risicoscore, en een schakelaar per dienst: goedgekeurd of niet. Via een proxy kan een CASB daarna uploads tegenhouden, downloads naar onbeheerde toestellen beperken en een sessie afbreken. Hij is gebouwd voor al het cloudgebruik, van opslag tot projecttools, en AI is daarin één categorie.
Dat is veel, en het is werk dat governance van AI-gebruik niet doet. Wie uploads naar onbekende opslagdiensten moet tegenhouden, of al het SaaS-gebruik in kaart moet brengen voor een leveranciersregister, heeft een CASB nodig en geen AI-register.
Wat ziet een CASB niet?
Het beeld stopt waar de proxy stopt. Een thuiswerker zonder agent, een externe kracht op een eigen laptop, een telefoon: dat verkeer belandt nergens in een log. Hoe groot dat deel is, verschilt per organisatie, en niemand weet het precies, want het is juist het deel dat niet wordt gemeten. Waarom elke methode een eigen blinde vlek heeft, lees je in ons artikel over hoe je ontdekt welke AI-tools medewerkers echt gebruiken.
Een verkeerslog ziet een domein, geen account. Een medewerker die op chatgpt.com inlogt met een privéaccount dat op gesprekken traint, en een collega die het zakelijke account gebruikt, staan in het log als dezelfde regel. Dat onderscheid bepaalt een groot deel van het risico, en je kunt het niet uit het verkeer aflezen.
En een CASB kijkt in de regel naar sessies en bestanden, niet naar de tekst die iemand in een chatvenster typt. Voor een verkeerslog is een zin met een BSN erin die naar een AI-tool gaat, een verzoek als elk ander. Wie dat moment wil bereiken, heeft iets nodig dat in het tekstvak zit; dat is een andere laag, die we in Purview versus BeeSensible uitwerken.
Wat voegt governance van AI-gebruik toe?
Het besluit, en het moment waarop dat besluit zichtbaar is. Een CASB kent twee standen per dienst: goedgekeurd of niet. Governance van AI-gebruik kent er vier, en de interessantste is "nog geen besluit". Die status maakt zichtbaar welke tools wel worden gebruikt maar nog door niemand zijn beoordeeld. In een CASB vallen die tools in dezelfde bak als de tools die bewust zijn afgekeurd.
Het tweede is waar het besluit verschijnt. Een CASB grijpt in op het netwerk, en de medewerker ziet een geblokkeerde pagina of niets. Governance van AI-gebruik toont het besluit in de browser zodra iemand de tool opent, met de voorwaarde die de organisatie zelf heeft opgeschreven, of met het goedgekeurde alternatief als eerste knop. Doorgaan kan, tenzij de organisatie bij een niet-toegestane tool heeft ingesteld dat dat niet mag. Dat houdt het gebruik zichtbaar, want een medewerker die niet wordt tegengehouden, hoeft niet uit te wijken naar zijn telefoon.
Het derde is de persoon. Een proxylog bevat een toestel of een gebruiker, omdat een CASB is gebouwd om op een sessie te kunnen ingrijpen. Voor de governancevraag is dat niet nodig: "deze tool is deze maand vierhonderd keer geopend en heeft geen besluit" is een volledig antwoord. Wat dat scheelt onder de AVG en bij de ondernemingsraad, staat in AI-monitoring versus medewerkersmonitoring.
| CASB | Governance van AI-gebruik | |
|---|---|---|
| Wat het ziet | Verkeer naar clouddiensten, bestanden in gekoppelde diensten | Welke AI-tools in de browser worden geopend |
| Waar het kijkt | Proxy, firewall, agent op beheerde toestellen, koppelingen | De browser waarin de extensie staat |
| Thuiswerk zonder proxy of agent | Niet zichtbaar | Zichtbaar, als de extensie is geïnstalleerd |
| Telefoon | Niet zichtbaar | Niet zichtbaar |
| Privé- of zakelijk account | Niet te onderscheiden aan het domein | Niet te onderscheiden aan het domein; het is een vraag voor het register |
| Het tekstvak | Buiten bereik | Buiten bereik van deze laag; gevoelige gegevens markeren is een aparte module |
| Statussen per dienst | Goedgekeurd of niet | Toegestaan, beperkt toegestaan, nog geen besluit, niet toegestaan |
| Ingrijpen | Kan blokkeren en sessies beperken | Toont het besluit en het alternatief; blokkeert niet uit zichzelf, maar de organisatie kan instellen dat de medewerker niet verder kan |
| Koppeling aan een persoon | Toestel of gebruiker in het log | Geen gebruikers-id; alleen het domein, hooguit één keer per dag per apparaat |
| Bereik | Al het cloudgebruik | Alleen AI-tools |
Twee rijen vallen op. Geen van beide ziet de telefoon. En geen van beide kan het accounttype uit het domein aflezen; dat is een besluit dat je in het AI-register vastlegt en toont zodra iemand de tool opent.
Hoe ziet dat eruit in de praktijk?
Een gemeente heeft Copilot toegestaan en draait een CASB op het kantoornetwerk. Het CASB-rapport toont Copilot, ChatGPT en Perplexity. Als de organisatie daarna kijkt wat er in de browser wordt geopend, ook door thuiswerkers, komen er drie gespecialiseerde tools bij: een transcriptietool voor vergaderingen, een vertaaltool en een dienst die beleidsnota's samenvat. Twee van de drie staan nergens in een register.
De CASB heeft niets verkeerd gedaan. De drie tools werden vooral thuis gebruikt, buiten de proxy, en voor de tools die wel in het rapport stonden, bestond geen besluit waarmee het rapport kon worden vergeleken. Dat is geen incident. Het laat zien dat een lijst van domeinen pas iets waard is als er per domein een besluit naast staat, en dat dat besluit ook de thuiswerkers moet bereiken.