Een advocaat arbeidsrecht werkt om kwart over tien 's avonds een vaststellingsovereenkomst af. Ze plakt het concept in een chatbot met de vraag om de opzegtermijn scherper te formuleren. In het concept staan de naam van de werknemer, het salaris en de reden van het ontslag, en de chatbot draait op het account waarmee ze thuis ook recepten opzoekt.
Voor een jurist is vertrouwelijkheid twee dingen tegelijk: een beroepsplicht en een contract. Generatieve AI raakt allebei op vier plekken, en op geen van die vier ligt de grens bij de tool. De grens ligt bij het besluit van het kantoor over welke dossierinformatie in welke omgeving mag, en bij het moment waarop de jurist dat besluit ziet.
Waarom is vertrouwelijkheid voor een jurist twee dingen tegelijk?
De beroepsplicht is het bekendste deel. Een advocaat heeft een wettelijke geheimhoudingsplicht en een verschoningsrecht: wat een cliënt hem toevertrouwt, blijft bij hem, ook tegenover een rechter. De deken ziet daarop toe en de tuchtrechter oordeelt erover. Die plicht gaat over álles wat de cliënt toevertrouwt, niet alleen over persoonsgegevens, en ze gaat niet over op de leverancier van een tool. De Nederlandse orde van advocaten heeft aanbevelingen over AI in de advocatuur gepubliceerd langs de kernwaarden van het beroep; onder vertrouwelijkheid komt het erop neer dat een advocaat de datastromen kent en beheerst en geen vertrouwelijke gegevens in gratis tools zet.
Het contractuele deel is minder zichtbaar en net zo hard. De opdrachtbevestiging, de geheimhoudingsovereenkomst bij een transactie, de inkoopvoorwaarden van een grote cliënt: steeds vaker staat daar iets in over AI, van een meldplicht tot een verbod op het gebruik van externe AI-diensten op het dossier. Dat geldt ook voor bedrijfsjuristen, die geen verschoningsrecht hebben maar wel onder de geheimhoudingsafspraken van hun werkgever en diens klanten vallen.
Een verwerkersovereenkomst onder de AVG regelt geen van beide. Ze regelt wat de leverancier met persoonsgegevens doet. Ze is een voorwaarde om een tool te overwegen, geen antwoord op de vraag welke dossierinformatie erin mag.
Waar raakt generatieve AI die vertrouwelijkheid?
Op vier plekken, en de meeste kantoren hebben alleen de eerste in beeld.
| Plek | Wat er gebeurt | Wat het kantoor beslist |
|---|---|---|
| Invoer | Wat iemand plakt of uploadt gaat naar de leverancier; bij een persoonlijk account kan het voor training worden gebruikt tenzij dat is uitgezet | Welke dossierinformatie in welke omgeving mag, en welk account de voorkeursroute is |
| Geheugen | De tool onthoudt feiten en verwijst naar eerdere chats; context uit de ene zaak kan in een gesprek over een andere zaak terugkomen | Of geheugen aan mag staan voor dossierwerk, en wie het beheert |
| Koppelingen | Een assistent die in het dossiersysteem, de mailbox of SharePoint leest, ziet alles waar de gebruiker bij mag, ook wat te ruim is opengezet | Welke bronnen een assistent mag doorzoeken, en of de rechten daarop kloppen |
| Delen | Een gedeelde link, een gekoppelde app of een export brengt een gesprek buiten de tool | Of delen via link is toegestaan, en welke apps een beheerder toelaat |
De eerste plek is de bekende. Wat er precies misgaat bij een geplakte mailketen of een geüpload dossier staat in ChatGPT en werkdata, en wat er in een pdf meereist dat je niet ziet in voordat je een pdf in ChatGPT plakt.
De tweede plek verrast juristen het vaakst. De grote chatbots onthouden inmiddels dingen tussen gesprekken door: herinneringen die je expliciet laat bewaren, en verwijzingen naar eerdere chats die de tool zelf legt. Hoe dat werkt en waar de schakelaars zitten staat in onthoudt AI wat je typt. Voor een kantoor is het gevolg concreet: een partijnaam uit een overname in maart kan opduiken in een conceptbrief over een arbeidszaak in juni, voor een andere cliënt, zonder dat iemand die naam opnieuw heeft getypt.
De derde plek is een ander soort risico. Een tool die zelf in dossiers leest, zoals Microsoft 365 Copilot in SharePoint en het documentmanagementsysteem, ziet niet wat iemand plakt maar alles waar diens rechten bij mogen. Een map die jaren geleden voor "iedereen op kantoor" is opengezet, was beschermd doordat niemand hem vond. Een assistent vindt hem wel; zie Microsoft Copilot en SharePoint. Bij een kantoor met Chinese walls tussen praktijkgroepen is dat geen detail.
Wat verandert een zakelijk account, en wat niet?
Het accounttype is de grootste knop, en hij regelt drie dingen. Bij zakelijke varianten wordt invoer standaard niet voor training gebruikt, ligt er een verwerkersovereenkomst, en kan een beheerder geheugen, apps en delen centraal instellen. Het verschil per leverancier staat in gratis versus zakelijk AI-account.
Wat het account niet verandert, is belangrijker voor een jurist dan voor de meeste andere beroepen. Het bepaalt niet of de naam van de werknemer en de reden van het ontslag in de prompt hadden mogen staan. Het bepaalt niet of de cliënt AI-gebruik op zijn dossier heeft toegestaan. En het verplaatst de geheimhoudingsplicht niet: die blijft bij de advocaat, ongeacht wat er in het contract met de leverancier staat.
Een kantoor met dertig advocaten heeft ChatGPT Team ingericht, met training uit en een verwerkersovereenkomst. Een medewerker laat er een due-diligencememo samenvatten, met de naam van de doelvennootschap en de koopsom. Drie maanden later, in een gesprek over een heel andere zaak, vult de tool de naam van die vennootschap aan als voorbeeld. Er is niets gelekt naar buiten, het account was het juiste, en toch staat er nu dossierinformatie van cliënt A in een gesprek over cliënt B. Het kantoor had geheugen nooit beoordeeld, omdat de beoordeling over training en de overeenkomst ging.
Wat regelt een kantoor?
Zes afspraken, in deze volgorde.
Per tool een besluit met een voorwaarde over dossierinformatie: alleen geanonimiseerde tekst, alleen zonder partijnamen en zaaknummers, of ook volledige stukken. Dat besluit staat in het AI-register van het kantoor, per toepassing. Een zakelijk account als voorkeursroute, en de gratis variant van dezelfde tool met dat account als alternatief. Geheugen centraal uit voor dossierwerk waar dat kan, of een instructie om voor dossierwerk een tijdelijk gesprek te gebruiken. Koppelingen apart beoordeeld, met eerst de rechten op de bronnen op orde. Delen via link en gekoppelde apps beperkt door de beheerder. En de cliëntafspraken over AI per dossier bekend bij wie eraan werkt.
De zevende is geen afspraak maar het moment zelf. Al die besluiten bestaan in een protocol, en de advocaat arbeidsrecht om kwart over tien 's avonds kent het protocol niet uit haar hoofd. Wat helpt is dat het besluit verschijnt als ze de tool opent, en dat de naam van de werknemer en het salaris een markering krijgen terwijl ze plakt. BeeSensible doet dat in ondersteunde AI-tools: partijnamen, zaaknummers, bedragen en KvK-nummers worden gemarkeerd tijdens het typen, de jurist kiest zelf of ze worden vervangen, gemaskeerd of blijven staan, en de tekst wordt na de detectie gewist en nooit bewaard. Het besluit van het kantoor over een tool verschijnt in de browser op het moment dat iemand die tool opent. Hoe dat werkt voor een kantoor staat op de pagina voor juridische organisaties.
De rest van het werk rond AI op een kantoor, van zien wat er wordt gebruikt tot laten zien dat de afspraken worden gevolgd, is verzameld onder het onderwerp AI-governance.
De vaststellingsovereenkomst gaat de volgende keer alsnog een chatbot in, maar op het zakelijke account, zonder naam en zonder salaris, en met de vraag of de cliënt daar iets over heeft afgesproken beantwoord voordat de prompt weg is.